Homepage
Producten
Overzicht
stralingsmeters
Onderstaand scherm wordt getoond bij het opstarten van het programma.
Hierbij worden eerst 30 metingen gedaan om de gemiddelde
achtergrondstraling vast te stellen.
De resterende tijd wordt d.m.v. een progressiebalk aangegeven.
"Counts" geeft het aantal impulsen aan wat in een halve
seconde van de detector komt.
"Gemiddeld" is het voortschrijdende gemiddelde van 30
achtergrondmetingen
"Alarm" geeft de alarmwaarde aan. Deze kan in het
diagnosemenu ingesteld worden en gaat met de achtergrond mee.

Na de achtergrondmeting verschijnt dit scherm:

Indien er een voertuig voor de poort komt, verschijnt onderstaand beeld.
De achtergrondmeting wordt gestaakt. Zodra nu de counts boven het
alarmniveau komen, gaat het alarm.
Als het voertuig de poort verlaat, worden alle gegeven met datum en
tijd opgeslagen in een Excel-file.

Onderstaand scherm wordt getoond als er in de lading van een
voertuig radioactief materiaal aanwezig is. Tevens wordt er een
alarm geluid gegenereerd.
Het voertuig moet verwijderd worden en daarna kan op
"Reset" gedrukt worden. Dan wordt opnieuw de gemiddelde
achtergrondstraling vastgesteld.

Na het drukken op "Diagnose" verschijnt onderstaand scherm. Hier
kunnen alle instellingen gedaan worden, tevens geeft dit de
mogelijkheid de werking van de poort te controleren.
"Inputstring", "Counts1", "Counts2"
geven de ruwe waardes aan die van de Interfacebox komen.
"Min", "Max" geven de minimale en de maximale
waarde aan na het opstarten of na het indrukken van
"Reset".
Met "Alarm" kan de alarmwaarde worden ingesteld. De
alarmgrens is de gemiddelde achtergrond + de alarmwaarde
maal de wortel uit de gemiddelde achtergrond.
Indien "Autoreset" wordt aangevinkt , reset het systeem
zichzelf na een alarm. Dit is alleen aan te raden bij onbemande
meetopstellingen.
Met "Background min" en "Background max" wordt
de juiste werking van de detectoren getest. Bij overschrijding
verschijnt er een bericht op het scherm.
Met "Lichtsluis delay" kan een vertraging worden ingesteld.
Dit om te voorkomen dat bij het passeren van een auto met aanhanger
de meting onderbroken wordt tussen de auto en de aanhanger.
Met "Opslag locatie" kan een locatie voor de meetgegevens
gekozen worden
Met "Save settings" worden alle instellingen opgeslagen.

Voor verdere informatie over de poortdetector voor voertuigen RadPort kunt u contact opnemen met:
Projecto - Measurements and controls